maandag 21 mei 2018

Imogen Hermes Gowar|| The Mermaid and Mrs Hancock


Shortlist 


Gowar neemt ons mee naar het Verenigd Koninkrijk, ergens in de 19e eeuw. Haar roman gaat over verandering: van de maatschappij, je plek erin, de economie. De zeemeermin en mevrouw Hancock zijn de symbolen van die verandering.

Meneer Hancock is een handelaar die zijn schip de wereld in stuurt op zoek naar goed verkoopbare spullen. De toekomstige mevrouw Hancock is jarenlang onderhouden door een rijke man, na zijn dood heeft ze de keuze: terug naar het oudste beroep ter wereld of op zoek naar een nieuwe weldoener. Hun werelden raken elkaar wanneer meneer Hancock een zeemeermin krijgt. Het zal hun leven op meer dan één manier veranderen.

Meneer Hancock is een nuchtere man, zijn aanstaande oppervlakkig, niet al te slim, zij dartelt door het leven. Hun levens verschillen zo enorm dat ze elkaar zonder de zeemeermin nooit ontmoet zouden hebben. Hij komt uit de hardwerkende, godvrezende werkende klasse, zij uit de wereld van hen die misbruik maken van degenen die nog minder hebben of juist de gulzigheid en goedgelovigheid van de rijken uitbuiten.

Gowar neemt ons mee in een kleurrijke wereld. Zij beschrijft de sombere wereld van Hancock en plaatst die tegenover de schelle wereld van de hoerenmadams en hun meisjes. Meneer Hancock voldoet duidelijk niet aan het profiel van de toekomstige mevrouw Hancock, zij is een topper in haar wereld. Hun huwelijk is een geval van verwoeste dromen, hoop en teleurstelling. Hun huwelijk is ook een teken dat de wereld verandert. Meneer Hancock verovert zijn plek in de wereld met nieuwe plannen, mevrouw Hancock accepteert dat een fatsoenlijk leven ook zo zijn voordelen heeft, dat een keurige, hardwerkende man ook zo zijn aantrekkingskracht kan hebben.

We maken kennis met een veelheid aan personages in The Mermaid and Mrs Hancock. Het maakt de roman kleurrijk, het vertraagt ook enorm. Het duurde toch echt wel zo’n 200 pagina’s voordat ik van ‘hm, best wel aardig’ naar ‘he, dit wordt steeds leuker’ ging. Ik betrapte me erop dat ik Gowar steeds vergeleek met illustere voorgangers als Dickens, Water of Palliser, en niet in haar voordeel. Totdat ik doorkrijg dat haar roman vooral om verandering draait. Meneer Hancock die van een te voorzichtige handelaar verandert in een geslaagde projectontwikkelaar, personages die meegaan met de veranderingen (of niet met alle negatieve gevolgen vandien) en mevrouw Hancock die van een onnozel wicht verandert in een verantwoordelijke volwassenen die opkomt voor iemand anders en haar leven accepteert.

Ik vond de toekomstige mevrouw Hancock in eerste instante maar niets: oppervlakkig, onnozel, egoistisch. Ik was blij met haar groei naar een volwassen persoonlijkheid die haar liefde voor plezier behield. De zeemeermin voegde een extra laagje toe, zij dwong de verandering bij de Hancocks mede af. Haar persoonlijkheid wijkt af van alles en iedereen, wij kunnen haar niet bevatten. Zij maakt duidelijk dat niet alles past in ons beeld, in ons concept van hoe we zouden moeten zijn. Mensen en zeemeerminnen zijn niet bedoeld om samen te leven.

Ik heb The Mermaid and Mrs Hancock met veel plezier gelezen. Ik waardeerde de roman om de verandering, voor het samenbrengen van twee totaal afwijkende werelden op een acceptabele manier.




zondag 13 mei 2018

Jeff Vandermeer || Annihilation

In Annilation vertrekt een groep wetenschappers naar een verboden gebied waar vreemde dingen gebeuren. Met vorige expedities is het slecht afgelopen. Er is wereldwijd iets gebeurd waardoor Area A nu besmet is, gevaarlijk.

De hoofdpersoon is de bioloog, we komen haar naam nooit te weten. We weten alleen dat ze erg op haar zelf is, dat ze het liefst poelen observeert en bestudeert. Haar echtgenoot is een van de slachtoffers van de vorige expeditie.

De roman is een mix tussen psychologie en horror. Vandermeer neemt ons mee in het karakter van de bioloog, wij leren haar motieven en beweegredenen kennen. De andere wetenschappers blijven hun functie: de psycholoog, de linguïst. Het horrorelement zit in de vreemde sfeer van Area A, de dreiging van de aanwezige, agressieve wezens, bizarre ontdekkingen.

De expeditieleden ontdekken een vreemde tunnel, door de bioloog consequent toren genoemd. Terwijl ze deze tunnel onderzoeken ontdekken ze tekenen van buitenaards leven, de 'crawler'. Deze schrijft op de muren van de tunnel met levende materie. Onze bioloog ademt sporen in van deze materie en merkt al snel dat ze (lichamelijk en geestelijk) verandert. Deze verandering beïnvloedt haar doen en laten vanaf dat moment.

Ik twijfel over wat Vandermeer voor ogen had met Annihilation. Ik vond zijn beschrijving van de bioloog, haar leven en karakter, mooi en interessant. Ik heb geen idee wat ik met het SF-deel aan moet, ik snap het doodeenvoudig niet. Misschien dat Vandermeer geprobeerd heeft een parallel te trekken tussen het onderzoeken van een persoon en een verboden gebied, misschien zoek ik er gewoon te veel achter. De roman was wat mij betreft vreemd, te vreemd. Ik was al heel tevreden geweest met het uitdiepen van het karakter van de bioloog, de mysterieuze ‘crawler’ voegde voor mij niets toe.


zondag 6 mei 2018

Arundhati Roy ||The Ministry of Utmost Happiness.



Longlist


Ik moet iets bekennen: Ik krijg het boek niet uit, ik heb het ongelezen teruggebracht naar de bieb. Ik werd zo moe van de chaos die Roy beschreef dat ik steeds nieuwe smoesjes verzon om even niet verder te hoeven lezen. ‘ Er moet zondag een blog liggen, ik lees eerst wel een van de kortere longlisted romans, dat boek is wel heel erg zwaar, het past niet echt in mijn tas, ik wacht wel op de shortlist’.

Smoesjes dus. De waarheid is dat ik leed onder The Ministry. Ik zag er tegen op om verder te lezen omdat het te hard werken was.

Maar houd jij van levendige kleurrijke beschrijvingen van het Indiase leven? Geniet jij ervan om de kleuren en geuren van India via woorden te beleven? Houd jij van feitjes, heel veel feitjes? Houd jij van een associatieve van de hak op de tak springende narratieve stijl? Dan is dit misschien wel een roman voor jou. Ik hoor dan graag hoe het afloopt met de hoofdpersoon, een Hijra - hermafrodieten die een speciale status hebben in India. Hem/haar heb ik door alle chaos om hem/haar heen helaas nauwelijks leren kennen.


zondag 29 april 2018

Daniel Kehlmann || Tijl

Een uitstapje naar een Duitse roman, gelezen voor mijn boekclub

Kehlmann laat ons niet zozeer kennismaken met Tijl Uilenspiegel, die lijkt keer op keer te ontsnappen, als wel met de rumoerige wereld om hem heen: continue oorlog, religieuze twisten, bijgeloof maar ook een – in onze ogen lachwekkende - wetenschappelijke aanpak van kennis en ziekte. Ik ben niet geheel overtuigd van de roman, sommige hoofdstukken grepen mij volledig, andere doorstond ik bijna gapend.

Ik vond het eerste hoofdstuk geweldig. In één klap laat Kehlmann zien dat Tijl en zijn vader, de molenaar, niet passen in de wereld van dorpelingen. Een wereld waarin geloof en bijgeloof even sterk vertegenwoordigd zijn, waarin een onvoorzichtige opmerking kan leiden tot je ondergang, die beheerst wordt door honger en onrust, de oorlog is nooit ver weg. Tijl is niet sterk genoeg, teveel bezig met rare dingen als over een touw proberen te lopen, hij wordt gepest door de bedienden, niet gezien door zijn vader.

Vader Uilenspiegel is te weetgierig, hij is te geobserveerd door vraagstukken als ‘waarom verschijnt de maan elke nacht op een andere plek? wanneer houdt een zak graankorrels op een verzameling te zijn?’. Deze vragen kosten hem het leven wanneer twee Jezuïeten in het dorp opduiken; zij zijn op zoek naar ‘de duivel’ en zien in de molenaar een volgeling van Satan. Beide Jezuïeten zijn niet alleen op zoek naar vijanden van God, ze zijn ook op zoek naar kennis.  Hun redeneringen hoe lachwekkend in onze ogen dan ook, zijn wel logische redeneringen. Lees vooral hun redenering waarom het bloed van een draak geneeskrachtig is, hilarisch. Kehlmann laat door deze twee mannen zien hoe zich een logische vorm van wetenschap ontwikkelt, hoe op andere wijze gekeken gaat worden naar de genezing van ziektes.

Kehlmann confronteert ons ook met wreedheden: eenmaal in de handen van de beul ben jij een knappe jongen indien je niet bekent dat je samen heult met Satan of toegeeft dat de buurvrouw elke nacht met een bezemsteel wegvliegt. Gelukkig hint Kehlmann alleen maar op de marteltechnieken en beschrijft hij ze niet uitvoerig, hij volstaat met de beschrijving van gekneusde bloedende mensen.  In een ander hoofdstuk, wanneer één van de personages midden in een slagveld belandt, zijn de beschrijvingen explicieter. Niet fijn wat mij betreft.

De derde wereld waar we mee kennis maken is die van het hof, in dit geval vooral die van de verarmde voormalige koningin van Bohemen (dochter van de koning van Engeland). Haar wereld laat zien hoe gespeeld wordt met belangen, hoe snel jij je positie kwijt kunt raken en dat er maar één persoon is die eerlijk is tegen je, de nar. In dit geval natuurlijk Tijl Uilenspiegel. In de relatie tussen deze Elisabeth, haar echtgenoot Ferdinand en Tijl komen we op een of andere manier de man, de persoon Tijl tegen. Hij laat dan even de nar voor wat die is en laat zijn persoonlijkheid zien, wat de meest ontroerende momenten in de roman oplevert.

Kehlmann neemt ons niet mee in de persoon Tijl, hij neemt ons mee in de wereld van Tijl. Dat is een verschil, we leren Tijl namelijk nooit kennen. Voor mij was de roman bij tijd en wijlen te gewelddadig, te gevuld met geschiedkundige feiten. Ik vond die hoofdstukken waarin de wereld vol bijgeloof de confrontatie aangaat met de wereld van godsdienstige dogma’s en prille wetenschappelijke concepten het meest overtuigen. Of die waarin de armoede, de honger, het vuil, de stank bijna tastbaar worden. De persoon die normaliter het meest afstandelijk zou zijn, de koningin, veranderde in haar hoofdstukken steeds meer van een concept in een persoon.

Gemengde gevoelens dus over deze Tijl. Voor mij bleef de roman teveel op afstand, te veel verhalend. Dat is natuurlijk een kwestie van smaak, wat blijft staan is dat Kehlmann de omgeving van Tijl in al zijn diversiteit prachtig beschrijft.  Dat ik meer iets van die Tijl had gewild die af en toe om de hoek kwam kijken is mijn eigen persoonlijke afwijking.