zaterdag 1 april 2017

Annie Proulx || Barkskins



Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen, ik weet niet of ik Barkskins nu zo'n goede roman vind. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ik persoonlijk niet zo houd van geschiedkundige romans met veel opsomming. En gegeven het feit dat Proulx in Barkskins twee familielijnen volgt, vanaf de start in het prille Canada tot in het heden, is er nogal wat opsomming. Wat ik vooral niet prettig vond, was dat Proulx af en toe in sneltreinvaart door de geschiedenis van de twee families heen denderde. In zo'n pagina of vier vertelde ze dan even hoe het familieleden vergaan was (en vooral hoe ze waren overleden aan ongelukken en ziektes die wij al lang niet meer kennen). Op de momenten dat iemand langer werd gevolgd, bleek ook weer de kracht van Proulx om haar personages tot leven te brengen. Ik genoot van die hoofdstukken.

Barkskins is daarnaast niet zomaar een familiegeschiedenis, het is ook de geschiedenis van het oerbos op het Noord-Amerikaanse continent. Eigenlijk is dat bos de enige echte hoofdpersoon. De totaal nietsontziende manier waarop van het allereerste moment dat kolonisten voet aan de grond zetten bomen werden gekapt is ontluisterend, vooral wanneer je bedenkt dat de huidige president van de VS nog steeds zo te werk gaat: winst voorop, natuur? Wat is dat? Bos na bos sneuvelt omwille van de behoefte aan bouwmateriaal (eerst voor oorlogsschepen, daarna voor huizen, daarna voor noem het maar op) en grond. Ze worden in brand gestoken, omgekapt en daarna desolaat achtergelaten. Degenen die voorzichtig beginnen na te denken over Bosbeheer worden gezien als ware malloten die het niet helemaal snappen. Of als inboorlingen die echt niet begrijpen wat de Lieve Heer van hen verwacht: noeste arbeid, gebruik maken van grondstoffen. Hoezo leven van wat de natuur biedt? De luiaards, hoe halen ze het in hun hoofd!

Dat de oorspronkelijke bewoners van het noordelijk continent sneuvelen aan ziektes, verslaving, armoe, geweld en jarenlange haat en laster is bepaald niet verwonderlijk maar toch altijd weer confronterend. Proulx laat zien hoe sommige Mi’Kmaw overleven door zich terug te trekken in de wildernis, waar zij met hun kennis van bomen, planten en dieren op een respectvolle manier in hun behoeftes voorzien. Proulx laat echter ook zien dat ‘de beschaving’ steeds verder oprukt en dat de Mi’Kmaw er niet aan ontkomen de andere levenswijze gedeeltelijk over te nemen. De Mi’Kmaw die gaan voor het te snelle gewin, eindigen in deze roman meestal niet goed. Ze belanden in de gevaarlijkste baantjes in de houthakkerij, verongelukken op gruwelijke wijze of raken verslaafd aan alcohol. Degenen die trouw blijven aan hun levensstijl redden het, met moeite.

Barkskins is vooral een ode aan het bos en een oproep om respectvol om te gaan met de weinige oerbossen die we nog hebben. Ik vond de roman te vaak te langdradig, te opsommerig om mij persoonlijk van begin tot einde te boeien. Op die plekken waar Proulx zich overgaf aan haar schrijfkunst liet zij zien waar zij toe in staat is en hoe mooi zij kan schrijven. Die passages en de prachtige ode aan het bos maken Barkskins misschien niet zozeer een prachtige maar zeker een waardevolle roman.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen