Bailey's Women's Prize for Fiction


2017



De Longlist is weer gepresenteerd. Tot mijn grote genoegen heb ik al vijf van de twaalf romans gelezen. Twee ervan zijn wat mij betreft nu al kanshebber: The Gustav Sonata van Rose Tremain en Do Not Say We Have Nothing van Madeleine Thien. Wil je mijn blogs teruglezen: dit zijn de links. 


http://booksandliliane.blogspot.nl/2016/02/mary-gaitskill-mare.html


http://booksandliliane.blogspot.nl/2016/10/madeleine-thien-do-not-say-we-have.html


http://booksandliliane.blogspot.nl/2016/12/rose-tremain-gustav-sonata.html


http://booksandliliane.blogspot.nl/2017/01/margaret-atwoord-hagseed.html


http://booksandliliane.blogspot.nl/2017/02/sarah-perry-essex-serpent.html








Ik ben inmiddels voortvarend op weg met de longlist voor 2016. Sommige romans had ik al gelezen, andere lees ik nu in een stevig tempo door. Van sommige romans snap ik meteen waarom ze zijn genomineerd, van andere vraag ik het me af. Ik ben benieuwd of ik het net als de afgelopen twee jaar eens ga zijn met de jury.

Mijn eerste indrukken



Mooi maar triest, te triest met een overdosis aan geweld en mishandeling. De Booker is het vorig jaar niet geworden, ik vrees dat deze door gaat naar de Shortlist, niet voor de literaire kwaliteit maar voor de boodschap: een leven kan te ongelukkig zijn, zelfmoord de enige optie.




Wederom: Triest met een overdosis aan verkrachting en mishandeling maar ook met overstelpendd mooie passages die laten zien dat Bond kan schrijven. Van die passages had ik graag meer gezien. Ik zal verbaasd zijn indien Ruby de Shortlist niet haalt, maar dan hopelijk voor het mooie schrijven niet voor het zwaar aanwezige sterke vrouw overleeft alles effect.




Leuke SciFi maar wel heel erg schatplichtig aan Star Trek. De boodschap van vrede en tolerantie wordt weinig subtiel gebracht. Ik twijfel al over de plek op de longlist, ik mag toch hopen dat de boze planeet de shortlist niet haalt.



Goed geschreven roman zolang Enright zich beperkt tot het kleine van het dagelijks leven. Bij grote, wereldomvattende thema's voelt het te opgelegd. Twijfelgeval.



Blijft net iets te vaak hangen in goede bedoelingen. Het verhaal over een jonge Albino in Zimbabwe die in de gevangenis haar memoires schrijft, overtuigt wel en blijft hangen. Shortlist zou mij niet verbazen.


Kate Atkinson laat wederom zien dat zij kan schrijven. Haar vervolg op Life After Life overtuigt in stijl en schrijfstijl en laat de lezer achter met een verbijsterend en verpletterend einde. Potentiële winnaar wat mij betreft.



Poëtisch en realistisch tegelijk, een mooi portret van het oude en nieuwe platteland. 'Escape to the Country' krijgt een andere betekenis. Ik hoop dat ze naar de shortlist mag.


Teveel van dik hout zaagt men planken, de toevalligheden zijn te gezocht. Teveel personages die van hun ouders alleen maar slechte genen en slecht voorbeeld hebben meegekregen. Sommige lezers vonden de roman vast komisch en 'streetwise', ik ben lichtelijk teleurgesteld indien deze de shortlist haalt.


=========================================================================



Dit zijn de boeken genomineerd voor de Bailey's Women's Prize for Fiction 2015. Mijn grote favoriet, Ali Smith, heeft inmiddels gewonnen. Ik ga lekker door met de boeken uit de longlist die ik nog niet heb gelezen.

De Winnares

Ali Smith || How to Be Both

Van mij had ze de Booker al mogen winnen. Ik duim wederom (of er moet wel een heel goede tussen de 15 ongelezen romans zitten). 

In How to Be Both koppelt Ali Smith op geraffineerde wijze twee levens aan elkaar. Van het boek blijken twee versies te circuleren: in het ene start de lezer met Renaissance schilder Francesco, in het ander met 21e eeuwse George. Mijn boek startte met Francesco, wat niet meteen het makkelijkste deel is. Francesco is namelijk een geest die zich vijf eeuwen na zijn dood openbaart in een galerij waar één van zijn schilderijen hangt. Omdat Francesco zelf niet in de gaten heeft wat er aan de hand is, springt hij van de hak op de tak en lijkt het boek pagina's lang een verward gedicht. Pas na een poosje krijgt je in de gaten dat Francesco commentaar geeft op zijn eigen schilderij. Daarna krijgt Francesco zichzelf in de hand en neemt hij ons mee in zijn leven en dat van het jonge meisje dat zijn schilderij aandachtig bestudeert. Zijn leven is een prachtig betoog over vriendschap, zijn passie voor kleuren en schilderen, zijn vriendschappen en zijn werk. Tegen de tijd dat hij zijn dood herinnert, wordt zijn taalgebruik weer rafeliger. Hij verdwijnt weer. Het verhaal gaat verder met George, een puber die net haar moeder verloren heeft. Zij gaat gebukt onder het verdriet en heeft moeite om haar leven weer op te pakken, de herinnering aan een reis naar Italië helpt. In Italië hebben ze de fresco's bekeken van een vrij onbekende schilder. Fresco's die opvallen door het kleurgebruik en de onconventionele manier waarop de schilder mensen heeft geschilderd. George denkt terug aan dit bezoek en aan de gesprekken die zij met haar moeder heeft gevoerd. Die gingen bepaald niet over koetjes en kalfjes, haar moeder probeerde George duidelijk te laten nadenken over zaken. Alleen zien wat er aan de oppervlakte gebeurde was niet genoeg, George moest van haar op zoek naar wat er onder dat oppervlakte gebeurde.
George zoekt voortdurend naar wat er onder het oppervlakte speelt (ook in verband met de dood van haar moeder), Francesco is niet wat hij lijkt. De overeenkomsten tussen hen beide dragen bij aan de impact van het boek. Deze overeenkomsten zijn subtiel en verrassen de lezer bijna. Doordat Smith ons in het ene verhaal laat kennismaken met het voornaamste personage uit het andere verhaal bouwt zij spanning op; je wordt als vanzelf nieuwsgierig wat er met het jonge meisje aan de hand is. Ik vermoed dat andersom, voor de lezers die starten met George, de nieuwsgierigheid naar Francesco een belangrijke rol speelt.
Smith slaagt erin zowel Francesco als George tot leven te brengen. Op een of andere manier raakten beide mij. Ik was bijna verdrietig toen ik de laatste pagina van het boek bereikt bleek te hebben. Ik had nog uren kunnen doorlezen. How to Be Both is poëtisch, filosofisch en bepaald niet makkelijk om te lezen. Het is echter ook gevoelig en teder. Smith heeft een prachtige roman afgeleverd die mij nog steeds bezig houdt. Het is één van de weinige romans die ik eigenlijk meteen weer opnieuw zou willen lezen. How to Be Both bereikt daarmee het effect dat Francesco wil bereiken met zijn schilderijen: kijken, weer kijken en steeds iets nieuws ontdekken. Wat mij betreft een waardige kandidaat voor de Booker Prize 2014.


Shortlist

Rachel Cusk: Outline
Laline Paull: The Bees
Kamila Shamsie: A God in Every Stone
Ali Smith: How to be Both
Anne Tyler: A Spool of Blue Thread
Sarah Waters: The Paying Guests

Longlist

Lissa Evans: Crooked Heart
Patricia Ferguson: Aren’t We Sisters?
Xiaolu Guo: I Am China
Samantha Harvey: Dear Thief
Emma Healey: Elizabeth is Missing
Emily St. John Mandel: Station Eleven
Grace McCleen: The Offering
Sandra Newman: The Country of Ice Cream Star
Heather O’Neil: The Girl Who Was Saturday Night
Marie Phillips: The Table of Less Valued Knights
Rachel Seiffert: The Walk Home
Sara Taylor: The Shore
Jemma Wayne: After Before
PP Wong: The Life of a Banana

Shortlist 


Sarah Waters || The Paying Guests

Prachtig, wat mij betreft zeker door naar de short list en een potentiële winnaar.

Een ding moge duidelijk zijn: Sarah Waters weet hoe ze de vaart in haar boek moet houden. Hoewel er op zich niet eens zoveel gebeurd in The Playing Guests, behalve een moord dan die ik zonder schroom onthul omdat die niet het voornaamste gegeven is in de roman, slepen de emoties van de hoofdpersonen je mee in een emotionele achtbaan. Frances Wray en haar moeder moeten in de jaren 20 noodgedwongen kostgangers in huid nemen; ze hebben niet meer genoeg geld om hun huis, de slager en de kruidenier te betalen. Met de huur van Leonard en Lilian Barber redden ze het; hun vroegere leven met dienstmeisjes is echter definitief voorbij.
Frances houdt de Barbers eerst op afstand, dan merkt ze dat ze zich steeds meer aangetrokken voelt tot Lilian. Ze bekent haar dat ze op vrouwen valt. Deze lijkt hier ietwat geschokt op te reageren maar zoekt dan toenadering. Een stormachtige relatie tussen de twee vrouwen is het gevolg. Ze benutten elke gelegenheid die ze hebben om samen te zijn, niet makkelijk wanneer of moeder of echtgenoot vaak in de buurt zijn. Frances is de eerste die hardop mijmert over de mogelijkheid samen te gaan wonen. Haar moeder heeft al eerder een relatie met een vrouw getorpedeerd, een tweede keer laat Frances dit niet gebeuren. Lilian twijfelt enorm; ze wil haar familie niet in de steek laten en vreest wat haar echtgenoot zal doen. Dan betrapt hij hen en neemt het leven een heel andere wending. Wanneer Leonard Frances de kamer uit wil zetten, slaat Lilian hem met een asbak - met fatale gevolgen. In de paniek van het moment besluiten beide vrouwen het lijk op het pad achter het huis te leggen in de hoop dat men denkt dat hij gevallen is of aangevallen. Dat komt in eerste instantie uit maar dan wordt een jonge knul van de moord beschuldigd. Lilian noch Frances durven naar de politie te gaan en de waarheid te bekennen, ze hopen tegen beter weten in dat hij onschuldig verklaard zal worden.  Lilian woont inmiddels weer bij haar familie en Frances wordt gekweld en geteisterd door een achtbaan aan gevoelens: schuld, twijfel, angst, gemis, verwijten, alles wat een eenzame jong vrouw onder die omstandigheden kan ervaren passeert de revue. Op een volstrekt acceptabele wijze, wat het talent van Waters toont; ze houdt de gevoelens van Frances perfect onder bedwang, ze ontaarden nooit in melodrama. Aan het einde van de roman is Frances aan het einde van haar latijn. Zelfs het feit dat de knul wordt vrijgesproken, lucht haar niet op. Ze verlaat de rechtbank in de diepste overtuiging dat Lilian niets meer met haar  te maken wil hebben; ze is diep ongelukkig. En dan snelt Lilian op haar af en vraagt haar waarom ze weggelopen is. Er blijkt een piepkleine opening te zijn waar beide vrouwen aarzelend en onzeker gebruik van maken. De emotionele achtbaan eindigt zo prachtig in ingetogen toenadering. Waters heeft weer laten zien dat ze kan schrijven, en hoe. Uitermate geschikt voor onder de kerstboom schat ik zo in.

Longlist

Emily St. John Mandel || Station Eleven

Mooi maar te onevenwichtig om te kunnen winnen. 

In Station Eleven beschrijft Mandel wat er gebeurt wanneer een dodelijk griepvirus, de Georgian Flu, toeslaat en de wereldbevolking drastisch reduceert: de dingen die wij normaal vinden (denk: elektriciteit, stromend water, internet, vliegen, eten) zijn er niet meer. De overlevenden zijn teruggeworpen op hun eigen inventiviteit, agressiviteit of godsdienstwaanzin. Mandel volgt meerdere karakters in haar boek die allemaal één gemeenschappelijke bekende hebben: acteur Arthur Leander. Omdat ze niet allemaal de griep overleven, krijgen we van sommigen vooral achteruitblikken en van anderen achteruitblikken én momentopnames. Dat zorgt ervoor dat het boek levendig van opbouw is en het leven voor en na de griep vanuit meerdere kanten belicht. Ik moet bekennen dat ik het leven vóór de griep superieur vond aan het leven na de griep. De belevenissen van theatergroep Travelling Symphony en de strijd met The Prophet deden mij teveel denken aan Mad Max, The Road en Blade Runner, maar dan net niet. Ik was echter zeer te spreken over de wijze waarop Mandel beschrijft hoe Jeevan, Miranda of Clark zich voorbereiden op de dood of een leven na de griep. De scene waarin Miranda doodziek op een strand naar gestrande schepen kijkt en hoopt dat de bemanning buiten gevaar is, maakte op mij zeer veel indruk. Mandel oversteeg daar absoluut het clichématige. Ook de wijze waarop Clark, gestrand op een vliegveld, zijn leven samen met de andere overlevenden oppakt, is prachtig beschreven. Mandel verheerlijkt niets, ze laat duidelijk zien dat de overlevers overleven omdat ze harde keuzes maken. Het vliegtuig dat bewust aan de rand van het vliegveld wordt geparkeerd, laten Clark en de zijnen met rust, zij weten dat degenen aan boord besmet zijn met de griep. De man die een vrouw verkracht, wordt zonder pardon het bos ingestuurd, op weg naar een zekere dood. Clark verzamelt objecten van vroeger (I-phone, schoenen met hoge hakken) en langzaam maar zeker groeit zijn verzameling. Aan het einde van de roman arriveren de Travelling Symphonie en The Prophet bij het vliegveld en leveren daar hun laatste strijd; de profeet blijkt de enige zoon van Arthur. Toneelspeelster Kirsten, die ooit als kind op het toneel stond met Arthur, doneert daar het stripboek dat zij op de avond van Arthur's dood van hem had ontvangen: Station Eleven, geschreven door Arthur's ex Miranda. Een stripboek dat zeer veel gelijkenis toont met de wereld na de griep: een groep gestrande astronauten die elkaar bevechten omdat zij van mening verschillen over hun toekomst.
In Station Eleven komen op het einde alle lijntjes bij elkaar, letterlijk en figuurlijk. Slechts één personage ontbreekt: Jeevan. Ik vermoed dat hij in het dorp is dat vanuit de verkeerstoren van het vliegveld gesignaleerd is: het is verlicht, de eerste tekenen van beschaving komen weer terug.


Emma Healey || Elizabeth is Missing

Een beklemmend boek over dementie maar zeker geen literair hoogstandje. 

Elizabeth is Missing had een melodramatische draak kunnen worden over een dementerende vrouw, haar liefhebbende dochter en een vermiste vriendin (die in werkelijkheid in het ziekenhuis ligt na een beroerte). Door de zoektocht naar Elizabeth te verweven met de zoektocht naar zus Sukey die  vlak na WO 2 verdween, voorkomt Healey dat de ontluisterende dementie de overhand krijgt. Maud is en blijft de oude vrouw die steeds meer van haar geheugen kwijt raakt, Helen haar dochter die wanhoopt over de ontelbare hoeveelheid blikken perziken die Maud koopt en het groeiende besef dat Maud niet meer alleen kan wonen. De terugblikken op de periode na WO2 waarin een blik perziken een welkom cadeau was van Sukey's lichtelijk foute echtgenoot voegen een extra element toe aan de roman, zeker wanneer Maud geen onderscheid meer kan maken tussen Sukey en Elizabeth. Healey laat de lezer de irritatie ervaren van dochter Helen die steeds opnieuw moet uitleggen dat Elizabeth niet vermist is, maar ook haar bezorgdheid en haar liefde voor Maud. Door dit te koppelen aan Maud's zorg en ongerustheid voor Sukey ontstijgt de roman het niveau van ' het moeilijke edoch waardevolle leven met een dementerende bejaarde'. Geen topliteratuur maar zeker de moeite van het lezen waard.

Marie Phillips || The Table of Less Valued Knights

Ik heb me kostelijk geamuseerd met deze roman die de Arthuriaanse wereld op zijn kop zet en overal de draak mee speelt, maar een toproman? Nou nee, vooral komisch. Ik zou toch echt zeer verbaasd zijn indien deze doorgaat naar de short list laat staan wint. 

Het idee dat aan het Arthuriaanse hof niet alle ridders aan de befaamde Ronde Tafel zitten is al leuk; uitgerangeerde ridders moeten het doen met een kleine tafel in een hoek waar ze altijd als laatste te eten krijgen en genegeerd worden. Ik vond het komisch om te lezen dat de gewaardeerde ridders al wekenlang oefenen op het uit hun stoel springen zodat ze als eerste de nieuwste quest kunnen claimen. Of dat zij uit pure ijdelheid in hun harnas rondrijden en ondertussen peentjes zweten en overal jeuk hebben, De Arthuriaanse mythe wordt duidelijk op de hak genomen en zeker als je die kent, en aangezien ik heel wat moderne Arthuriaanse romans heb gelezen val ik in die categorie, is The Table bepaald amusant. Het helpt ook dat Phillips gevestigde tradities, waarden en normen volledig op zijn kop zet en dat alle persoonsverwisselingen af en toe Shakespeariaans aandoen. Desondanks is het verhaal mager, de karakters niet echt diepgaand en was het wat mij betreft vooral een vermakelijke tussendoorroman die mijn blog niet eens gehaald heeft. Misschien dat ik een tweede poging moet doen om te achterhalen wat ik blijkbaar gemist heb. 



Patricia Ferguson || Aren't We Sisters

Ik zou erg verbaasd zijn indien deze zou winnen: te veel clichés, een te bekend patroon. Best vermakelijk maar ook niet meer. 

Ferguson gebruikt een bekende methode in haar roman: meerdere mensen die elkaar niet kennen maar die door het lot op elkaar aangewezen zijn. In dit geval Lettie, voorvechtster van voorbehoedsmiddelen (de roman speelt in de jaren 30 van de vorige eeuw), Norah, haar hospita, Rae, een actrice die zich verstopt op het platteland en Mrs Givens de beheerder van een voormalig weeshuis. De geheime zwangerschap van Rae is wat hen uiteindelijk verbindt. De opbouw van de roman is niet het enige dat mij bekend voor kwam: Lettie, Norah, Rae en Mrs Givens zijn clichés en zelfs hun ontwikkeling is een cliché. Lettie, het kreng, blijkt uiteindelijk uit het juiste hout gesneden, Norah, het naïeve meisje, ontdekt natuurlijk haar eigen schoonheid en kracht, Rae, de ijdele actrice, kiest voor haar baby, Mrs Givens zou zo in Downton Abbey kunnen (met uitzondering van dat ene geheim dat ik niet verklapt). Dit gecombineerd met het feit dat op een of andere manier de schrijfstijl wat houterig overkomt, maakt dat ik Aren't We Sisters nu niet meteen de beste roman is die ik ooit gelezen heb. Best aardig daar niet van maar zeker geen meesterwerk. De nominatie voor de Bailey's snap ik niet helemaal, of het moet het feministische tintje zijn dat Lettie aan de roman geeft.


Rachel Seiffert || The Walk Home

Een kanshebber door de mooie manier waarop Seiffert verschillende werelden combineert en laat zien dat het nog niet eenvoudig is de fouten van je ouders niet te herhalen. 

Ik kan me voorstellen dat voor Nederlands lezers van deze roman een korte uitleg over katholieken versus protestanten, het belang van zogenaamde 'lodges' and de drumbands die zij inhuren zo handig is. Ik moet bekennen dat ik de 'lodges' alleen ken in de context van Noord-Ierland en de jaarlijkse provocaties van marcherende protestanten naar de katholieken. Diezelfde provocatie vindt blijkbaar ook plaats in 'krachtwijk' Dunchapel in Glasgow waar The Walk Home zich afspeelt. Om de roman te snappen moet je begrijpen dat hoofdpersoon Graham geen lid is van een gezellige harmonie maar van een band die een duidelijke rechtse boodschap uitdraagt. En dat de strijd tussen katholieke en protestante Ieren ook in Glasgow gevoeld wordt.

Seiffert werkt in haar roman twee verhaallijnen uit: de problemen van een Poolse aannemer om zijn klus in Glasgow af te ronden en (liefdes)perikelen van Graham en zijn Ierse vrouw Lindsey, zijn ouders Brenda en Malky en zijn oom Eric. Zoon Stevie is de rode draad in beide verhaallijnen: hij werkt voor de Pool. Wat er precies gebeurt, is niet zo belangrijk. The Walk Home draait om de fouten die mensen maken: de onverzoenlijkheid van een vader wanneer zijn zoon met een katholieke vrouw trouwt, de zoon die zich te laat realiseert dat hij geen vrede meer heeft kunnen sluiten met zijn vader. De Ierse Lindsey, zelf in de steek gelaten door haar moeder, die vervolgens haar eigen gezin achterlaat omdat echtgenoot Graham haar niet kan /wil volgen in haar plannen voor een beter leven. Moeder Brenda die ziet dat ze in de voetsporen van haar vader treedt maar haar eigen gedrag niet kan veranderen. Pool Josef die door in Schotland te werken een goede basis wil leggen voor zijn leven thuis, maar hulpeloos moet toezien hoe zijn echtgenote zonder hem terugkeert naar Polen. En Stevie, het kind dat de strijd tussen zijn ouders meemaakt en tenslotte zelf ook wegloopt. De band waarin Graham drumt, is de catalysator van veel acties. Graham ziet het als een manier om zich te uiten (hij is toevallig een goede drummer), Brenda en Lindsey zien vooral de problemen rondom het verschijnsel. The Walk Home draait om het achter je kunnen laten van het verleden, om de kans een eigen leven te kunnen opbouwen. The Walk Home draait echter ook om snappen dat je in een relatie moet geven of nemen. Of het nu gaat om de relaties tussen ouder en kind, of tussen twee geliefden: de één kan de ander niet opleggen wat hij / zij moet doen. Voor Lindsey staat Dunchapel voor armoede en criminaliteit, zij ziet niet dat deze wijk voor Graham staat voor thuis, vrienden en familie. Uiteindelijk leidt het onbegrip tot hun scheiding. En tot een leven in de marge voor Stevie. Dat is nog het meest pijnlijke in The Walk Home: generatie na generatie worden dezelfde keuzes / fouten gemaakt en de hoofdpersonen zijn volledig machteloos om dat te voorkomen, een bittere boodschap. Een terechte nominatie voor de Bailey's Prize.



Heather O'Neill || The Girl Who Was Saturday Night

Zolang O'Neill blijft bij haar mooie beschrijvingen van een jong meisje dat ontdekt dat zij alleen verantwoordelijk is voor de uitkomst van haar leven gaat het goed. De ietwat overdreven wereld waarin de hoofdpersoon leeft, leidt teveel af. 

In the Girl Who Was Saturday Night begeven we ons in de achterbuurten van Montreal, maar niet zomaar de 'volkse' achterbuurten. Nee, de wijk waar hoofdpersoon Nouschka en haar tweelingbroer Nicolas wonen, is rond 1994 het toneel van de alternatievelingen, de kunstenaars. Arm als de kerkratten maar toch net iets meer dan de gemiddelde volksbuurtbewoner. Nouschka's vader Etienne is een vermaard zanger van het Quebecois lied, weliswaar totaal aan lager wal maar nog steeds geliefd, die Nouschka en haar broer in hun jeugd voortdurend dwong met hem het toneel of de tv op te gaan. In hun eigen buurt is de tweeling dan ook nog steeds vermaard. Ondanks of dankzij hun wat verknipte jeugd is Nicolas ontspoord en het verkeerde pad gegaan: van voortijdig schoolverlater naar kleine crimineel. Op het moment dat wij hen ontmoeten, kiest Nouschka weer voor de toekomst, zij gaat terug naar school, terwijl Nicolas weigert in te zien dat ook hij een keuze heeft. Hij blijft hangen in gedrag dat voor een puber misschien werkte, maar voor een 20-jarige niet meer voldoet. Hoewel Nouschka de nodige obstakels opgeworpen krijgt op haar weg naar een carrière als schrijfster, volhardt ze. Ondanks haar impulsieve huwelijk met kindijsster Raphaël, zo mogelijk nog verknipter dan broer Nicolas, en haar ongeplande zwangerschap haalt ze haar 'high school' diploma en schrijft zij zich in voor de universiteit. Met Nouschka en haar zoontje komt het wel goed; Nicolas en Raphaël drijven onvermijdelijk af. The Girl Who Was Saturday Night sluit aan bij klassiekers als Catcher in the Rye waarin een jong iemand gevolgd wordt op weg naar volwassenheid. Nouschka's weg naar een betere toekomst volgt het stramien van onbezorgd leven, tot de ontdekking komen dat er iets meer is en dan kiezen voor een beter leven. De omgeving waarin O'Neill de roman heeft gesitueerd wijkt af van het gebruikelijke stramien: zij creëert een beeld van een buurt in Montreal waarin iedereen elkaar kent (maar niet meteen ook voor elkaar klaar staat), waarin muziek en opvallen hoog scoren en waarin een referendum voor een onafhankelijk Quebec sterk leeft. Voor mij persoonlijk overdreef O'Neill net iets te veel. Ik had sterk de indruk dat Nicolas en Raphaël beïnvloed waren door iemand als Tom Waits en bij Nouschka ontkwam ik maar niet aan het beeld van een jonge Madonna of Cindy Lauper in hun creatieve maar niet perse mooie outfits. Ook het feit dat O'Neill Nouschka de Frans-Canadezen wel erg over één creatieve alternatieve kam liet scheren, maakte dat The Girl af en toe 'over the top' was. Ik merkte dat mijn aandacht afdwaalde, zodra er weer iets overdrevens gebeurde, terwijl ik ondertussen genoot van passages waarin O'Neill het levensproces van Nouschka beschreef. Gelukkig overheersten tegen het einde van de roman het laatste, wat dat betreft knap opgebouwd, en nam de gekkigheid steeds meer af. Ook The Girl Who Was Saturday Night werd volwassen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten